Historie Velsen

Beeckestijn-landhuis.jpg

Historie Velsen

De plaatsnaam gaat terug op een waternaam Felisa, mogelijk een combinatie van fel = vaal en isa = bruin, een achtervoegsel ter aanduiding van een water, zodat Velsen genoemd zou zijn naar de ligging aan een 'vale, bruine waterloop'. IJmuiden - Oud IJmuiden

Een jonge plaats met een jonge naam die reeds 'bedacht' werd door Mr. Simon Vissering in zijn artikel 'Een uitstapje naar Y-muiden'. Dit artikel, waarin Vissering zijn fantasie de vrije loop laat, dateert van 1848, toen er nog geen sprake was van een definitief plan om het Noordzeekanaal te graven. Pas op 8 maart 1865 werd de eerste spade voor de aanleg van het kanaal in de grond gestoken en op 1 november 1876 kon het kanaal door koning Willem III geopend worden. Kennelijk nam de directie van de Amsterdamsche Kanaal Maatschappij de reeds door Vissering gebruikte naam 'IJmuiden' over, want tijdens de openingsplechtigheid besloot de directeur Josephus Jitta zijn feestrede met de woorden: 'En nu Sire, moge her U behagen de Noordzeehaven te openen, die wij gaarne met Uwe toestemming den naam van haven van IJmuiden zouden geven, omdat door deze openstelling aan het IJ een mond ten Westen is gegeven voor den mond die wij ten Oosten sloten.

Oud IJmuiden is een woonkern die is ontstaan na het gereedkomen van de Zuidersluizen in 1876 en is volgebouwd in 1912. Geheel gesitueerd in afgegraven en geëgaliseerde duinen. Het gebied is volledig tot stand gebracht door particulier initiatief, tot bloei gekomen door de opkomst en ontwikkeling van de visserij. Het gebied ten westen van de Oranjestraat is het oudste deel met van oorsprong individuele huizen en gebouwen in een gridvormig stratenpatroon. Dit stratenpatroon is uniek. De Kanaalstraat vormt de hoofdstraat, oorsponkelijk met veel kroegen. Ten oosten van de Oranjestraat vnl. kleinere arbeiderswoningen, met als uitzondering daarop de wat ruimere huizen aan de Kon. Wilhelminakade en de villa's van reders aan de Kanaalstraat. Gedurende en na de Tweede Wereldoorlog is Oud IJmuiden gesloopt, gebombardeerd, zeer vervallen en slechts ten dele gesaneerd. Aan de monding van het Noordzeekanaal is vanaf 1881 een Nederlands Fort als onderdeel van de Stelling van Amsterdam gebouwd om de toegang naar Amsterdam te beschermen. Met de aanleg van de Noordersluizen kwam het fort op een eiland te liggen. In de Tweede Wereldoorlog werd het Forteiland het kernwerk van de Festung IJmuiden, onderdeel van de Atlantikwall.

Nieuw IJmuiden, waartoe ook Duinwijk en Zeewijk behoren, is ontstaan naar aanleiding van het graven van het Noordzeekanaal. Vanaf 1865 ontstond een nederzetting (De Heide, later Velseroord) ter hoogte van het huidige stadhuis. Na het 'volbouwen' van Oud IJmuiden ontstond een nieuwe buurt aan de oostzijde van de Julianabrug. In 1926 waren de beide buurten aan elkaar gegroeid, verbonden door de IJmuider Straatweg en de Kennemerlaan. De
Kennemerlaan was de belangrijkste winkelstraat. Relatief veel architectuur uit de eerste twee decennia van de 20ste eeuw, met representatieve voorbeelden van typische 'eigenbouw architectuur' met buurtwinkeltjes langs met name de Willibrordstraat en de Trompstraat. Sociale woningbouwprojecten uit de jaren tien en twintig (buurtje Zanderstraat, buurtje Reinier Claessenstraat en Bomenbuurt). In de jaren twintig/dertig de Vogelbuurt als 'villawijkje' met de betere middenstandswoningen. Tijdens de W.O.II was IJmuiden als onderdeel van de Duitse Festung IJmuiden geëvacueerd. Veel huizen zijn gesloopt ten behoeve van schootsvelden. Na de oorlog een ingrijpend Wederopbouwplan door de architect Dudok (i.s.m. Van Tijen en Maaskant). Een nieuwe structuur
volgens de wijkstad gedachte, waarbij veel jonge architecten zoals A. Staal de gelegenheid kregen een eigen deelwijkje in te vullen. Nieuwe verkeersader en hart van IJmuiden werd de Lange Nieuwstraat. Belangrijk element werd de opmerkelijke groenstrook met publieke voorzieningen; Gijzenveltplantsoen/Moerbergplantsoen. De internationaal zeer bekende
architect Dudok (o.a. stadhuis Hilversum) ontwierp het karakteristieke stadhuis.
Duinwijk is in de jaren vijftig en zestig tot stand gekomen naar het grondplan van Wissing, eerder assisitent van Van Tijen en Maaskant. Het wijkje vormt een architectonische eenheid. Zeewijk is in de jaren zeventig gebouwd. Eveneens naar grondplan van Wissink maar met een totaal andere benadering en met de introductie van hoogbouw.

Onder het gebied Havens en Sluizen worden verstaan het gebied van Zeehaven IJmuiden en het sluizencomplex. De rapportage van de monumentencommissie heeft niet kunnen leiden tot het daadwerkelijk aanwijzen van beschermde monumenten in deze gebieden. Een belangrijk gebied binnen het terrein van Zeehaven IJmuiden is de voormalige Zuidzijde, gelegen tussen de Vissers  en Haringhaven in. In dit gebied eveneens een rechthoekig stratenpatroon en van oudsher industriële   en bedrijfsbebouwing vanaf ca. 1900. De helaas op grote schaal verstoord wordende oudste bebouwing wordt gekenmerkt door een robuuste baksteen architectuur. De Noordersluizen vallen op door de opmerkelijke architectonische vormgeving van de opstallen, ontworpen door ir. J. Emmen.


Velsen Noord
Velsen Noord is evenals Nieuw IJmuiden met de aanleg van het Noordzeekanaal vanaf 1865 ontstaan. De Engelse ingenieurs en arbeiders (duikers) werden hier gehuisvest. De be¬langrijkste straat was (en is) de Wijkerstraatweg, met winkels en bedrijven en nogal wat architectuur uit het begin van deze eeuw. Ten oosten daarvan een woningbouwproject uit de jaren twintig. De tweede belangrijke weg was de Grote Hout of Koningsweg, die veel van de oorspronkelijke landschappelijke charme verloren heeft. De woonkern is gegroeid door de vestiging van Van Gelder Papier en van Hoogovens. Van Gelder bouwde zelfs een eigen woonwijk voor haar medewerkers. Het grootste deel van de oorspronkelijk bij de papierfabriek behorende woningen is in en ook na W.O. II gesloopt. Ook Velsen Noord maakte deel uit van de Duitse Festung IJmuiden, waardoor veel huizen gesloopt zijn t.b.v. schootsvelden. Na de oorlog veel wederopbouw architectuur naar ste¬debouwkundig plan van Van Tijen en Maaskant. Langs het Noordzeekanaal nog industriële bebouwing, ook uit de vooroorlogse periode. Etagebouw uit de jaren zestig en zeventig.


Velsen Zuid
Het oude dorp Velsen kent een lange geschiedenis, die tenminste teruggaat naar de stichting van de eerste kerk in de 8ste eeuw. Het dorp is nu voornamelijk 18de eeuws in aanzicht, met als letterlijk hoogtepunt de Engelmunduskerk met 13de eeuwse elementen, waaronder de toren. Het dorp is een door het rijk beschermd dorpsgezicht. Het dorp is in deze eeuw gehalveerd a.g.v. verbredingen van het Noordzeekanaal. Ten oosten van het oude dorp een woonwijk uit de jaren zeventig. Aangrenzend aan het dorp een cluster van vijf historische buitenplaatsen, waarvan er tenminste vier op de rijksmonumentenlijst geplaatst zijn of zullen gaan worden. De villawijk Velserbeek is vlak voor W.O. 11 aangelegd maar grotendeels na de oorlog  bebouwd. Langs de spoorlijn woningbouw uit de jaren tachtig.


Santpoort Noord
De Zandpoort (1750). De naam wordt doorgaans opgevat als een vervorming van Latijn 'sancta porta' = heilige
poort of doorgang.

Santpoort is tenminste in de 12de eeuw ontstaan als een gehucht aan de westzijde van de kruizing tussen de eeuwenoude Heerenweg (nu Hoofdstraat) en Westlaan (Huis ten Bildtstraat). Bekend als pleisterplaats met verhoudingsgewijs veel herbergen. Vanaf de tweede helft van de 16de eeuw tot in de 19de eeuw veel blekerijen in het in de Middeleeuwen ont¬gonnen veengebied, met aan de overzijde van de Wustelaan op de oude strandwal droogbergen (in de z.g. Molenduinen). De blekerijen zijn in de 19de eeuw verdwenen. Een deel van de gronden is ingericht tot de buitenplaats Spaarnberg, waar het huidige Burgemeester Rijkenspark ook deel van uitmaakte. De lintbebouwing breidt zich in de tweede helft van de 19de eeuw uit. Blijft voornamelijk agrarisch. Vanaf 1905 een ontwikkeling tot forenzendorp. De kleinschaligheid van de bebouwing heeft zeer lang stand gehouden en is pas in de jaren negentig van deze eeuw doorbroken. De 18de eeuwse korenmolen De Zandhaas heeft twee voorgangers gekend. Het molenrecht was aan de Heren van Brederode, die tevens ambachtsheren van het ambacht Velsen waren.


Santpoort Zuid
Aan de zuidzijde en de noordzijde van het middeleeuws moerasgebiedje de Schipbroeken lag een kasteel, die beide een strategische ligging hadden. Het kasteel Brederode is de bekendste van die twee; het Huis te Velsen is in de 15de eeuw verloren gegaan. Ook Brederode was al in de 16de eeuw tot ruïne vervallen, maar heeft tot inspiratiebron gediend voor veel kunstenaars, waaronder zeer belangrijke. De ruïne is aan het eind van de 19de eeuw als een van de eerste beschermde monumenten van Nederland "gerestaureerd". Santpoort Zuid is in de 16de eeuw als buurtschap ontstaan als direct gevolg van het graven van de Jan Gijzenvaart in 1537. De vaart was bedoeld als zandvaart. Aan het eind van de vaart werden langs de belangrijke verbindingsweg de Bloemendaalsestraatweg uiteindelijk negen blekerijen gevestigd. Tot ver in de 19de eeuw bleef Santpoort Zuid een uitgesproken blekersgemeenschap. Na de komst van het eerste station in 1865 ontstonden de Duinweg en de Vinkenbaan als forensen villabuurt. De Bloemendaalsestraatweg kreeg een dorps karakter en wordt gekenmerkt door kleinschalige architectuur waarvan nog een aantal 17de eeuwse huizen bewaard is gebleven. Door de aanleg van het Philipspark in de jaren dertig is het forensenkarakter definitief bepaald.


Driehuis
Driehuis wordt in de 16de eeuw aangemerkt als een gehucht bestaande uit drie hofsteden en enkele kleine huisjes. In een van die boerderijen een Rooms katholieke boerderijkerk. In de 17de en 18de eeuw enkele buitenplaatsen, waaronder Westerveld. In de tweede helft van de 19de eeuw en begin 20ste eeuw wordt de eeuwenoude verbindingsweg Driehuizerkerkweg een dorpsstraat met overwegend kleinschalige bebouwing. De oude boerderijkerk wordt aan het eind van de 19de eeuw gesloopt en vervangen door het huidige neo gotische kerkgebouw. De kerk is zo groot ten opzichte van het dorpje omdat dit in die tijd de enige Rooms katholieke kerk van de gemeente Velsen was. Alle katholieke Velsenaren gingen hierheen. Bij de kerk ontstond een Roomse enclave met een school, een internaat en het missiehuis. De buitenplaats Westerveld veranderde in 1888 in een begraafplaats, waarna in 1913 het eerste crematorium van Nederland op het terrein werd gevestigd. In de jaren dertig wordt Driehuis een typische forensengemeenschap door de bouw van enkele middenstandswijken. In de jaren zeventig ontstaan grote bouwblokken (verpleeghuis en ver¬zorgingshuizen).

15273_91.jpg

Foto: Gerard Bosman

Velserbroek
Velserbroek is een 13de eeuwse polder met een van oudsher uniek waterhuishoudkundig systeem. Schatrijk aan archeologische waarden vanaf de periode laat neolithicum tot middeleeuwen. In de polder zelf van oudsher geen bebouwing; wel aan de noord west rand in de Hofgeest (samen met de Biezen het agrarisch hart van historisch Velsen). De polder stond tot aan de aanleg van het Noordzeekanaal tussen 1865 en 1876 en de daarmee gepaard gaande drooglegging van het Wijkermeer per definitie in de wintermaanden onder water. De lage 13de eeuwse Velserdijk is nog wel aanwezig maar is op diverse plaatsen verstoord. Ook de Slaperdijk is er samen met de Verdolven Landen nog maar is aangetast en wordt verder bedreigd. De polder wordt sinds 1985 bebouwd als nieuwe woonkern. Het agrarische karakter van de Hofgeesterweg is verloren gegaan door de combinatie met de nieuwbouw.